scriptie-theorie
De theorie in de scriptie

Hier lees je de scriptietips van onze scriptiebegeleiders.
Wil je direct in contact komen?

Vraag hier een gratis adviesgesprek aan

De theorie in de scriptie (het Fundament)

Dit is een vervolg op de column Inleiding van de scriptie (Blauwdruk), waarin een overzicht werd gegeven van de grote structuur van een scriptie, bestaande uit de vijf elementen: inleiding (de Blauwdruk), theorie (het Fundament), methodologie (de Vertaling), empirie (de Realiteit) en conclusie (de Finish). In deze reeks columns wordt op elk van deze vijf onderdelen dieper ingegaan. Waar nodig zal ik het onderscheid aanbrengen tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Het eerste heeft met name betrekking op scripties waarbij vaak een casestudy wordt uitgevoerd en op het tweede ligt de nadruk bij scripties waarbij vaak een grootschaliger survey of database onderzoek wordt verricht. Het onderscheid bachelor en master kan voor verwarring zorgen, omdat een HBO-bachelor scriptie behoorlijk kan afwijken van een WO bachelor scriptie. Deze laatste legt vaak de nadruk op de theorie.

Deel II: De Theorie: “HET FUNDAMENT “

Om het probleem van je scriptie te analyseren en/of op te lossen moet je gaan kijken  hoe het had gemoeten of wat je kunt verwachten. Onze oosterburen gebruiken daar ook wel het woord SOLL situatie voor. Blijkbaar gaat het namelijk niet zoals gepland/gewenst, anders was er geen probleem. Dit ideaalplaatje of een inschatting van de toekomst ga je op basis van de theorie in elkaar zetten. Dit kan op verschillende manieren afhankelijk van het probleem dat je gaat onderzoeken. De volgende onderdelen kunnen in het algemeen worden onderscheiden, al worden sommige alleen bij een kwantitatief onderzoek besproken.

Component 1 Het start raamwerk (kwantitatief en kwalitatief)

Op basis van je probleem en je centrale onderzoeksvraag heb je wel een idee welke theorieën en concepten belangrijk zijn en hoe ze samenhangen. Dit plaatje zat al in je hoofd bij het schrijven van de inleiding. Je gaat dit plaatje als het ware invullen. Dat doe je bij de literatuuroverzicht.

Component 2 Een overzicht van relevante theorieën: het literatuuroverzicht  (bij kwantitatief en kwalitatief onderzoek)

Je gaat aan de hand van boeken en artikelen de achterliggende theorieën en concepten beschrijven. Bijvoorbeeld strategieformulering, beloningssystemen, managementstijlen, motivatietheorieën, management control systemen etc. Dit zijn theorieën of concepten die algemeen geaccepteerd zijn. Dit vormt de objectieve basis van je scriptie. In je overview bespreek je niet alleen deze concepten afzonderlijk, maar je laat ook de verbanden hiertussen zien. Bijvoorbeeld de invloed van beloningssystemen op motivatie van medewerkers. Het wordt als het ware een figuur met blokken en pijlen. Dit noemen we ook wel het voorlopig raamwerk.

Dit figuur laat als een soort samenvatting het hele gebied zien waarbinnen zich jouw onderzoek afspeelt. Een soort objectieve weergave van de context. Hierin vind je dus de theoretische concepten terug met al de verbanden. Je geeft tevens aan welke verbanden specifiek voor jouw onderzoek van belang zijn; je licht er in feite een stukje uit. Bijvoorbeeld de relevante kenmerken van een bedrijf voor de uitbreidingsmogelijkheden van dat bedrijf.

Dit voorlopig framework is bij een kwalitatief onderzoek tevens het definitief raamwerk (zie component 4).

Component 3 Eerder/Voorgaand onderzoek (bij kwantitatief onderzoek, niet bij kwalitatief onderzoek)

Als je een kwantitatief onderzoek wilt gaan doen, heeft dat meestal betrekking op de invloed van de onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele, bijvoorbeeld de invloed van beloning op de motivatie van medewerkers. Andere onderzoekers hebben ook onderzoek gedaan naar dit verband. Het is belangrijk te onderzoeken wat hun conclusies zijn geweest. Enerzijds kun je hiermee straks je voorlopig raamwerk verfijnen, anderzijds geeft je dit de mogelijkheid je eigen uitkomsten daarmee te vergelijken als je scriptie klaar is. Je moet er wel op letten dat voorgaand onderzoek een resultaat is van de keuzes van de onderzoeker: het probleem, de probleemstelling, de focus, de variabelen, wat wel en wat niet meenemen in het onderzoek. Realiseer je dus dat dit tot op zekere hoogte subjectieve keuzes zijn geweest. Dat hoeven jóuw keuzes niet te zijn. Je kijkt bij voorgaand onderzoek niet alleen naar de voor jou belangrijke relatie tussen de variabelen, maar ook naar de afzonderlijke variabelen. Dit resulteert in de conclusie van het voorgaand onderzoek in de vorm van een overzichtstabel

Hierin vat je kort samen wie de auteurs waren, wanneer ze onderzoek hebben verricht, welke variabelen ze hebben gebruikt en wat hun bevindingen waren. Als je dit combineert met je voorlopig raamwerk (sommige elementen van je voorlopig framework schuif je wat op de achtergrond schuift en andere elementen benadruk je wat meer) kom je tot het definitieve raamwerk, ook wel de theoretische conclusie genoemd. Dit definitieve raamwerk is dus als het ware een verfijning van je voorlopig raamwerk.

Component 4 Definitief raamwerk/theoretische conclusie (bij kwantitatief en kwalitatief onderzoek)

Het definitieve raamwerk vormt de basis voor de theoretische conclusie en vormt de kern van je scriptie, van hieruit ga je straks het empirisch onderzoek doen. Wat je gaat doen en hoe je dat gaat doen komt in volgende columns aan de orde (methodologie (de Vertaling) en praktijk (de Realiteit)). Deze theoretische conclusie kan allerlei vormen aannemen. Het kunnen hypothesen zijn die je afleidt uit je definitief raamwerk (bijvoorbeeld je verwacht een positieve relatie tussen de resultaten van de middelbare school en de resultaat op een universiteit), het kan zijn de beschrijving van de ideale situatie (hoe ziet de ideale management control structuur er uit voor een bepaald type bedrijf), het kan een soort raamwerk zijn van elementen die je straks in het empirisch stuk gaat onderzoeken (welke kenmerken van een bedrijf zijn relevant voor de strategiekeuze) etc.

Algemeen:
Het theoretisch gedeelte van je scriptie vormt het piketpaaltje van je scriptie, een soort norm of verwachting die je wilt gaan onderzoeken in de praktijk. Daarmee is dit een van de meest relevante elementen van je scriptie. Als je dit niet hebt, kun je nooit een goed oordeel vormen over de praktijksituatie.

Laat ik die kreet piketpaaltje maar even uitleggen, omdat dit erg toepasselijk is voor het begrip van de theorie. Stel je koopt een huis en tussen jou en de buren staat een hek. Maar jij bent de zoveelste bewoner van het huis en dat hek is gedurende de jaren enkele malen vervangen en niet helemaal terug gezet op de oorspronkelijke plaats. Je vraagt je af wat de oorspronkelijke plaats eigenlijk is. Daarvoor bel je de gemeente en die sturen een landmeter die precies gaat nameten waar de oorspronkelijke grens ooit heeft gelegen. Om dat aan te geven slaat hij een gekleurd paaltje in de grond, dat is een piketpaaltje. Dat weet je waar het hek eigenlijk had moeten staan. Dat is te vergelijken met de theorie; je gaat op zoek naar het piketpaaltje dat iemand ooit in de grond heeft geslagen.

Het vinden van relevante theorie is niet eenvoudig. Het is gedeeltelijk vallen en opstaan. Maar als je het zogenaamde sneeuwbaleffect toepast, kom je een aardig eind in de richting. Dit houdt in dat je begint bij de naar jouw mening relevantste theorieën en concepten (bijvoorbeeld via Google Scholar) en van daar uit (via de literatuurverwijzingen in de boeken en artikelen zelf) kijkt wat er nog meer is. Uiteindelijk kom je er achter dat je steeds vaker dezelfde verwijzingen tegenkomt. Dan is de sneeuwbal uitgerold en heb je de belangrijkste theorieën wel te pakken.

Ik eindig met een citaat van Wiet van Broeckhoven:

John Galbraith toen iemand opmerkte dat zijn theorieën omstreden waren: “Ja, maar alleen door de mensen die het niet met me eens zijn.”

Ted
Ted

Plan een gratis en vrijblijvend adviesgesprek

Vul je gegevens in en wij nemen zo snel mogelijk contact met je op voor een vrijblijvend telefonisch adviesgesprek. In dit gesprek kijkt een van onze scriptie-experts in welke fase van het scriptietraject je bent, waar je tegenaan loopt en hoe wij er samen voor kunnen zorgen dat je jouw scriptie goed afrond. Je kunt ons ook direct bellen via 010 - 714 23 43.





Please leave this field empty.