3-blauwdruk–zwaar
Recht op je onderzoeksdoel af?
Maak een blauwdruk!
Moeite met een van de onderdelen en
ben je benieuwd naar de mogelijkheden van scriptiebegeleiding?

Vraag hier een gratis adviesgesprek aan

Scriptie Blauwdruk Maken

Recht op je onderzoeksdoel af? Maak een blauwdruk!

Je kent de eisen aan de scriptie, je hebt een aanleiding gevonden om onderzoek te doen, een probleem gesignaleerd, je onderzoeksdoel gesteld en de hoofd- en deelvragen vorm gegeven. Nu je weet wat de verwachtingen zijn, besef je vast erg goed hoeveel werk je nog te doen hebt. Dit is niet het moment om in paniek te raken of je kop in het zand te steken. Dit is het moment om een blauwdruk te maken! In dit blog leg ik uit hoe je dat doet en wat de voordelen zijn.

Interessant of relevant; je blauwdruk als leidraad

Zoals ik eerder in het blog Kickstart je scriptie schreef, is het schrijven van een scriptie een duurloop waarbij je een reeks afgebakende hordes moet nemen. Een blauwdruk moet die hordes in kaart brengen en je gedurende het proces sturing geven. Zo voorkom je dat je iets anders onderzoekt dan je in de inleiding hebt aangekondigd. Een belangrijk criterium voor een goede scriptie is dat de inleiding, aanleiding, theorie, empirie en conclusie op elkaar aansluiten. Het komt helaas regelmatig voor dat de verschillende onderdelen van een scriptie niet op elkaar aansluiten. Een blauwdruk moet dat voorkomen. Met een blauwdruk loop je tevens minder kans dat je literatuur en resultaten behandeld die interessant zijn, maar niet relevant voor de beantwoording van je hoofd- en deelvragen. Aan de slag dus!

Inventariseer de scriptieonderdelen

De meeste scripties bestaan grofweg uit onderstaande onderdelen. Er zijn echter verschillen per opleiding. Zo is het bij psychologie gebruikelijk om in de inleiding uit te leggen wat het belang van het onderzoek is voor het vak en de patiënt. Voor bedrijfskunde zijn die elementen duidelijk niet van belang. Ga dus na welke onderdelen jouw scriptie moet bevatten. Goede plekken om te zoeken naar de verplichte onderdelen van de scriptie zijn de handleiding en/of het beoordelingsformulier.

Opbouw van een scriptie [algemeen]

  • Voorwoord

  • Samenvatting

  • Inhoudsopgave

  • Inleiding

    -Aanleiding
    -Probleemstelling: doel + vraagstelling
    -Wetenschappelijke relevantie
    -Maatschappelijke relevantie
    -Leeswijzer

  • Theoretisch Kader

    Eén of meerdere hoofdstukken waarin de belangrijkste (sub)onderwerpen aan bod komen. Het theoretisch kader is leidend voor de Methoden en biedt handvatten voor de analyse van de Resultaten (empirie).

  • Conceptueel model

  • Methode

    Hierin wordt uitgelegd hoe, waar en met wie/wat het onderzoek is uitgevoerd. Het verantwoordt tevens alle gemaakte keuzen in het onderzoeksproces. Ga in op de validiteit en reproduceerbaarheid van het onderzoek. Als er een specifieke case onderzocht wordt, kan de keuze hiervoor met enige achtergrondinformatie in dit hoofdstuk behandeld worden.

  • Resultaten (empirie)

    Een overzicht van de belangrijkste resultaten en data. Bij voorkeur geordend naar de belangrijkste (sub)onderdelen uit het Theoretisch Kader. Tevens wordt hier alvast een parallel tussen de theorie en de empirie getrokken. Leg uit wat je op basis van de theorie verwacht, wat afwijkt en hoe dat zou kunnen komen.

  • Conclusie

    Hierin wordt kort, krachtig en met helikopterview beschreven wat de uitkomsten van jouw onderzoek (Resultaten) betekenen. Koppeling naar de theorie is hier vereist. De conclusie moet antwoord geven op de hoofd- en deelvragen.

  • Discussie & Aanbevelingen

    Reflecteer op het onderzoeksproces. Wat ging goed, wat ging minder goed? Hoe hebben de keuze in het onderzoeksproces de uitkomsten gevormd? Doe aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Als je onderzoek erg praktisch van aard is, doe dan ook aanbevelingen voor implementatie van wat we dankzij jouw onderzoek geleerd hebben.

  • Literatuurlijst

  • Bijlagen

Scriptieonderdelen uitwerken

Bovenstaand overzicht is redelijk standaard en op de meeste scripties van toepassing. Om te zorgen dat jouw blauwdruk richting geeft aan jouw specifieke onderzoek en schrijfproces, moet je deze onderdelen uitwerken. Bedenk (voorlopige) hoofdstuktitels en een logische opbouw. Bij twijfel over de opbouw is een “trechtervorm”, waarbij je steeds specifieker wordt, raadzaam.
Hieronder heb ik richtlijnen gegeven voor hoe je het Theoretisch Kader kunt uitwerken.

– Bedenk welke theoretische handvatten je nodig hebt om je onderzoeksvragen te beantwoorden. Dit worden de (sub)onderdelen van het Theoretisch Kader;
– De termen en elementen die je in de hoofd- en deelvragen benoemd, moeten in ieder geval behandeld worden;
– Maak een logische volgorde van al deze elementen. Dit is de hoofdstuk en paragraaf volgorde;
– Geef de hoofdstukken en paragraven (voorlopige) inhoudelijke titels;
– Schrijf in enkele zinnen op wat je precies in een hoofdstuk en paragraaf moet bespreken. Noem bijvoorbeeld alvast de belangrijkste theorieën en/of wetenschappers. Of schrijf op welke literatuur je zou kunnen gebruiken;
– Als je binnenkort meer gelezen hebt over jouw onderzoeksonderwerp, kun je de blauwdruk tot op alinea-niveau uitwerken.

Werk vervolgens het methodenhoofdstuk en het resulatenhoofdstuk op soortgelijke wijze uit.

 

Tip 1: Hoe specifieker de blauwdruk, hoe beter.

Zorg dat wat je opschrijft in je blauwdruk heel specifiek is voor jouw onderzoek. Je moet de uitwerking dus niet op iedere willekeurige scriptie kunnen knippen en plakken. Alleen zo biedt een blauwdruk houvast en voorkom je dat je elementen aan je scriptie toevoegt die niet relevant zijn.

Tip 2: Gebruik de blauwdruk als leidraad, maar staar je er niet blind op.

Als je voor het schrijven een blauwdruk maakt van jouw scriptie, hoef je de verschillende onderdelen alleen nog maar uit te werken. Dit wil echter niet zeggen dat je jezelf moet afsluiten voor nieuwe informatie. Gedurende het proces, tot aan het uitwerken van de resultaten en conclusie aan toe, kan het gebeuren dat je een essentieel element mist. Je vindt bijvoorbeeld een resultaat dat je op basis van het theoretisch kader niet kunt verklaren. Dan moet je de theorie aanpassen.

Tip 3: Formuleer eerst de kern.

De informatie die de lezer aan het eind van een alinea, paragraaf of hoofdstuk moet onthouden, moet leidend zijn bij het maken van een blauwdruk en bij het schrijfproces. Voorbeeld: Als je aan een nieuwe alinea begint, kun je de kern het beste als één zin opschrijven. Daarna werk je de alinea verder uit en geef je voorbeelden. Ook dit helpt bij het onderscheid tussen interessante en relevante informatie.

Marije
Marije

Plan een gratis en vrijblijvend adviesgesprek

Vul je gegevens in en wij nemen zo snel mogelijk contact met je op voor een vrijblijvend telefonisch adviesgesprek. In dit gesprek kijkt een van onze scriptie-experts in welke fase van het scriptietraject je bent, waar je tegenaan loopt en hoe wij er samen voor kunnen zorgen dat je jouw scriptie goed afrond. Je kunt ons ook direct bellen via 010 – 714 23 43.





Please leave this field empty.